MS, zwangerschap, bevalling en borstvoeding
Het is algemeen geweten dat MS vooral vrouwen in de vruchtbare leeftijd treft, en dat de ziekte tijdens de zwangerschap meestal minder actief is, om na de bevalling weer op te flakkeren. Er is evenwel veel minder bekend over het verband tussen zwangerschap en de verdere evolutie van de ziekte, over de invloed van MS op de zwangerschap en de baby en over de invloed van borstvoeding op eventuele opflakkeringen nà de bevalling. Recent werden toch drie interessante studies rond deze aspecten gepubliceerd.
Minder risico op handicap
Ere wie ere toekomt: we beginnen met een Belgisch onderzoek geleid door een team van de MS-kliniek te Melsbroek (D’Hooghe MB, Nagels G, Uitdehaag BM. J Neurol Neurosurg Psychiatry. 2010; 81: 38-41). Bij 330 vrouwen met MS werden de lange termijn-effecten onderzocht van een bevalling. Om een correcte evaluatie te kunnen doen, werden de vrouwen onderverdeeld in 4 groepen: vrouwen zonder kinderen, vrouwen met kinderen geboren voor de diagnose MS werd gesteld, vrouwen met kinderen geboren nà de diagnose en vrouwen met kinderen geboren voor en nà de diagnose MS.
Op basis van de gegevens in de dossiers van deze vrouwen konden de onderzoekers de tijd berekenen die was verlopen tussen de diagnose van de ziekte en het bereiken van een handicap 6 op de EDSS-schaal (Expanded Disability Status Scale). Na gemiddeld 18 jaar had 55 % van de vrouwen deze handicap 6 bereikt. Opvallend is dat vrouwen die nà de diagnose kinderen hadden gekregen deze EDSS-score later bereikten dan de vrouwen die na de diagnose geen kinderen hadden gekregen. De hypothese van een beschermende rol van zwangerschap op MS wordt nog versterkt door de vaststelling dat bij de vrouwen met MS die kinderen hadden gekregen, op welk moment dan ook, de handicap minder snel evolueerde dan bij vrouwen die helemaal geen kinderen hadden.
Obstetrische risico’s blijven zeer aanvaardbaar
Een onderzoeksteam in Californië (Kelly VM, Nelson LM, Chakravarty EF. Neurology. 2009; 73: 1831-6) maakte gebruik van de grootste Amerikaanse database met gegevens over gehospitaliseerde patiënten om de obstetrische resultaten te vergelijken van vrouwen met MS, epilepsie of diabetes in vergelijking met gezonde vrouwen. Tussen 2003 en 2006 werden 10.000 opnames op de ziekenhuisafdeling gynaecologie en verloskunde genoteerd van vrouwen met MS, in 7697 gevallen was de reden van opname een bevalling. Gemiddeld bleken de vrouwen met MS ouder dan de vrouwen in de drie andere groepen. Na correctie van de factoren leeftijd en ras, bleek dat vrouwen met MS, in vergelijking met vrouwen die niet aan de ziekte lijden, een aantoonbaar hoger risico lopen op keizersnede, hospitalisatie voor de geboorte en groeiachterstand in utero.
De beschermende rol van borstvoeding
De positieve invloed van een zwangerschap houdt niet op bij de geboorte. Een kleine Amerikaanse studie (Langer-Gould A. et al. Arch Neurol. 2009; 66: 958-63) toont aan dat vrouwen met MS die na de bevalling minstens twee maanden lang exclusief borstvoeding geven, minder kans lopen op een nieuwe opflakkering (36 %) dan vrouwen die geen borstvoeding geven of die snel op een flesje overschakelen om hun behandeling te kunnen verder zetten (87 %). Als mogelijke verklaring wordt gesteld dat bij vrouwen die exclusief borstvoeding geven de menstruele cyclus pas na verloop van tijd weer op gang komt. Het uitblijven van de maandstonden tijdens de borstvoedingsperiode zou voor een bescherming zorgen tegen de opflakkeringen die heel kenmerkend zijn voor de periode net na de bevalling. Deze hypothese moet evenwel nog door onderzoek op grotere schaal worden bevestigd. Hoewel de kennis over dit onderwerp zeker nog niet volledig is, kunnen we stellen dat de voor vrouwen met MS en een kinderwens de toekomst veeleer rozig kleurt.
Dr. Jean-Claude Lemaire



