Vaak gestelde vragen over MS
Kan ik kinderen krijgen?
De beslissing om een gezin te stichten mag niet lichtelijk genomen worden wanneer één of beide partners MS heeft. Vele koppels zijn bezorgd over het risico dat hun kinderen ook MS zullen krijgen. Het is belangrijk om te beseffen dat, hoewel er een licht verhoogd risico is op MS bij de kinderen wanneer één van de ouders MS heeft, dit risico zeer beperkt is.
MS overerven
Hoewel omtrent de erfelijkheid van MS nog vele vragen bestaan, hebben naaste familieleden van mensen met MS een verhoogd risico op MS vergeleken met de algemene bevolking waar er zo geen familiebanden bestaan. Resultaten van familiestudies over MS wijzen uit dat het risico voor een kind van een ouder met MS om, gedurende zijn leven MS te ontwikkelen, zo’n 3-5% bedraagt, als de MS-ouder het enige familielid is met die ziekte. Het risico zal anders zijn wanneer er verschillende familieleden met MS zijn enLof MS zowel aan moeders als aan vaders kant voorkomt1.
Gevolgen op lange termijn
De gevolgen op lange termijn moeten ook overwogen worden. Factoren zoals de huidige en toekomstige invaliditeit, de mogelijkheid van de ouders om bij te dragen tot de zorg en de ontwikkeling van de kinderen, mogelijke ondersteuning van familie en vrienden, en financiële zekerheid moeten bekeken worden. Tijdens de zwangerschap lijkt er geen verhoogd risico op een exacerbatie te zijn. Exacerbaties lijken tijdens de zwangerschap zelfs minder voor te komen, gevolgd door een verhoogd voorkomen in de eerste 6 maanden na de geboorte. Er is geen bewijs dat MS de vruchtbaarheid vermindert of een verhoogd risico met zich meebrengt op miskramen, geboorteafwijkingen en een doodgeboren kind2. Hoewel er geen specifieke medicatie bestaat die door alle MS-patiënten gebruikt wordt, zijn er wel verschillende geneesmiddelen voorhanden om de Schubs (of exacerbaties) en de MS-symptomen te behandelen. Sommige hiervan (of combinaties) kunnen schadelijk zijn voor het ongeboren kind (het gebruik van interferonen bijv. wordt afgeraden tijdens de zwangerschap). Daarnaast volgen sommige mensen speciale diëten of andere behandelingen (met of zonder medisch toezicht), die gunstig schenen bij MS. Toekomstige ouders doen er best aan om alle behandelingen en geneesmiddelen met hun arts te bespreken voor de conceptie om er zich van te vergewissen of één van deze mogelijks schadelijk kan zijn voor de foetus. Zwangerschap blijkt geen nadelig effect te hebben op invaliditeit op lange termijn, noch op het verloop van de ziekte3,4. Borstvoeding geven is evenmin gerelateerd met het verhoogde aantal exacerbaties na de bevalling, maar kan wel veantwoordelijk zijn voor een toegenomen vermoeidheid5. De beslissing om een kind te krijgen mag niet genomen worden zonder alle mogelijke gevolgen te overwegen. MS kan het familieleven drastisch beïnvloeden en het welzijn van de kinderen moet op de eerste plaats staan bij de beslissingen die genomen worden. Men mag niet vergeten dat een kind groot brengen een proces van lange duur is en dat koppels de impact van MS voor de volgende 18 jaar moeten proberen inschatten en zich niet enkel mogen concentreren op de zwangerschap en de tijd vlak na de bevallling. Je moet MS begrijpen en inzien dat ondersteuning op lange termijn eerder nodig kan zijn dan in een gezin zonder MS. De beslissing om ouder te worden moet voornamelijk gebaseerd zijn op de wens om een gezin te stichten en hoewel MS wat extra overleg nodig maakt, zou het op zichzelf geen beperking mogen zijn.
Referenties
1. Paty DW, Ebers GC (Editors). Multiple Sclerosis. F.A Davis Co, Philadelphia, 1998:572 p
2. Lorenzi AR, Ford HL. Multiple sclerosis and pregnancy. Postgraduate Medical Journal 2002;78:460-464.
3. Elenkov IJ, Wilder RL et al. IL-12, TNF-α, and Hormonal Changes during Late Pregnancy and Early Postpartum: Implications for Autoimmune Disease Activity during These Times. Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism 2001;86(10):4933-4938.
4. Confavreux C, Hutchinson M et al. Rate of pregnancy-related relapse in multiple sclerosis. The New England Journal of Medicine 1998;339(5):285-291.
5. Pisacane A, et al. Breastfeeding and multiple sclerosis, British Medical Journal 1994;308:1411-1412.
Deze tekst is gebaseerd op www.msif.org



