MS Gateway - The Multiple Sclerosis Gateway

Wat is MRI en hoe werkt het?

MRI en MS

Protonendichtheidsscan met 4 lesies (rood omcirkeld)MRI heeft op verschillende belangrijke gebieden bijgedragen tot onze kennis over MS. Het is waardevol bij de diagnose van MS, bij het begrijpen van het ziekteverloop, en als instrument in klinische trials als een snelle en objectieve manier om de invloed van de behandeling op het verloop van MS te bepalen.


Diagnose

Wanneer op een MRI scan (meerbepaald een T2-gewogen scan; zie verder) minstens vier lesies te zien zijn in de hersenen, of wanneer er drie lesies aanwezig zijn, maar één ligt in de gebieden die de ventrikels van de hersenen omsluiten, het zog. periventriculaire gebied, is er een sterk vermoeden van MS. Aangezien deze criteria weliswaar gevoelig zijn (ze vereisen de aanwezigheid van talrijke lesies), maar niet heel specifiek (bepaalde andere aandoeningen kunnen gelijkaardige lesies veroorzaken), werden meer specifieke criteria ontwikkeld.


Er moeten drie lesies aanwezig zijn, waarbij aan twee van de volgende criteria moet voldaan zijn:



Het ziekteverloop begrijpen

Er worden drie verschillende types van MRI-scans gebruikt om MS te onderzoeken, die allen gevoelig zijn voor de hogere waterinhoud in MS-lesies. Ze worden bekomen door de pulsen van radiogolven op verschillende manieren te manipuleren. Zo bekomt men de T1-gewogen, de T2-gewogen en de protondichtheidsscan. Elk van de drie voorziet in extra informatie voor de arts omtrent de aard van jouw MS.

T1-gewogen scans geven vooral anatomische informatie over de hersenen. In dit type scan, dat vooral handig is om oude lesies te identificeren, verschijnen abnormale gebieden als donkere vlekken.
Hier ziet men een versterkte versie van het T1-gewogen beeld, dat lesies toont die niet zichtbaar zijn op het onversterkte beeld. De plaatsen waar de contrastmiddelen opgehoopt zijn lichten op – dit zijn actieve MS-lesies. De oude, inactieve lesies blijven donker.
T1-gewogen scans worden dikwijls samen met een contrastmiddel gebruikt zoals een gadolinium bevattende stof: deze wordt vóór het scannen in de bloedbaan geïnjecteerd en doet gebieden waar zich recent een infectie heeft voorgedaan oplichten. Dit type beelden duidt dus de actieve ziektetoestand aan.

T1-gewogen beeld


T2 en protondichtheidsmeting

T2-gewogen beeldEen T2-gewogen beeld. Dit type beeld toont niet zoveel anatomische details als het T1-gewogen beeld. Het toont zowel oude als nieuwe lesies, en wordt vaak gebruikt bij de diagnose van MS. T2-gewogen scans kunnen regelmatig herhaald worden om de neuroloog een idee te geven hoe de ziekte in de tijd verloopt.

Protondensiteitsscan: dit type scan kan zowel oude als nieuwe lesies identificeren. Ze zijn hierop als heldere vlekjes te zien. Deze scan is vooral nuttig om lesies nabij de met vloeistof gevulde ventrikels te identificeren.


De diagnose stellen

De besproken types scan kunnen gebruikt worden om nuttige informatie te verkrijgen over het ziekteverloop in de drie types van MS – relapsing-remitting MS, primair progressieve MS en secondaire progressieve MS. Bij de primaire progressieve vorm bijvoorbeeld, zijn lesies meestal klein en kunnen ze niet versterkt worden met een contraststof, wat erop wijst dat er weinig onstekende activiteit aanwezig is.

De plaats van een lesie in het CZS bepaalt de omvang van de fysieke symptomen die ze veroorzaakt. Een lesie in het ruggemerg kan bijvoorbeeld gevoelloosheid van de ledematen of verstoring van de blaasfunctie tot gevolg hebben, omdat ze interfereert met zenuwimpulsen van de hersenen naar deze gebieden toe. Lesies in de optische zenuw veroorzaken vaak neuritis optica, met troebel zicht en verlies van kleurenzien als resultaat, omdat de lesies verhinderen dat de gezichtszenuw nog goed werkt.

Vele lesies – zelfs grote – zijn klinisch vaak stil (ze produceren geen symptomen), maar hoe groter de „lesielast“ van een patiënt, hoe groter de kans dat een belangrijk gedeelte van de hersenen hierdoor aangetast wordt en er zich klinische symptomen zullen voordoen.

Fysiologie


De invloed van een behandeling nagaan

Omdat het niet-invasief is, kan MRI gebruikt worden als een objectief instrument om herhaaldelijk dezelfde persoon te scannen over een bepaalde periode en dus de effecten van een behandeling op de ziekte-activiteit (het aantal nieuwe, vergrotende of terugkerende lesies) te observeren. In klinische trials wordt MRI gebruikt om het effect van een behandeling op de loop van de ziekte te evalueren.


Referenties

1. Fazekas et al. Neurology 1999;53:1448-456.