Een gids voor het neurologisch onderzoek
De patiënt vertelt
De differentieeldiagnose begint met het luisteren naar het verhaal van de patiënt. Ondanks de vooruitgang in moderne technologie blijft het verhaal het belangrijkste deel van het neurologisch onderzoek om MS te ontdekken.
Oog voor details
Het “verhaal” is in feite het verhaal van je ziekte: huidige en voorbije symptomen, je persoonlijke medische “geschiedenis” met mogelijke klachten als tintelingen, gevoelloosheid, blaas- of darmproblemen, het voorkomen in de familie. De arts kijkt naar belangrijke tekens en symptomen en baseert zich op wat je hem vertelt. Zelfs schijnbaar onbelangrijke details als “het tintelen was zo storend dat ik mijn afspraak bij de tandarts moest afzeggen” of “de krampen begonnen in mijn linkerbeen, maar wanneer ik de volgende keer terugkwam was het meer een stompe pijn geworden”, kunnen al erg nuttig zijn. Het is van het uiterste belang dat de neuroloog zo veel mogelijk informatie verzamelt om andere oorzaken te kunnen uitsluiten. Duizeligheid bijvoorbeeld (een vaak gezien symptoom bij MS) kan ook door een afwijking van het binnenoor komen. Onscherp zien, evenwichtsverlies en slechte articulatie bij het spreken zijn allemaal symptomen van MS, maar kunnen ook door andere ziekten en bepaalde geneesmiddelen veroorzaakt worden. De neuroloog kan daarom bepaalde onderzoeken uitvoeren, die niet specifiek voor MS zijn, maar hem wel in staat stellen om iets anders uit te sluiten. De functies die onderzocht worden zijn:
- motorische (bewegingscontrole)
- sensorisch (zintuiglijke waarneming, zoals de tast of het pijngevoel)
- van de hersenstam (hersenzenuwen, bijv. instinctieve oogbewegingen)
- van de kleine hersenen (instinctieve motorische functies, zoals evenwichtscontrole)
- visueel (het zien en de verwerking ervan)
- cognitieve functies (zoals waakzaamheid, spraak- of concentratievermogen)



